De gevaren en onzekerheden van het automatiseren van de Nederlandse logistiek

De Nederlandse logistieke sector staat voor een cruciale transitie: steeds meer bedrijven experimenteren met automatisering, robotisering en kunstmatige intelligentie om kosten te drukken en efficiëntie te verbeteren. Toch blijft de sector voorzichtig met deze innovaties omvallen, omdat de gevolgen voor werkgelegenheid, veiligheid en operationele continuïteit nog niet volledig begrepen zijn. Een recent rapport van het CBR (Centraal Bureau voor de Statistiek) toont aan dat al meer dan 40 procent van de logistieke processen in Nederland geautomatiseerd is, maar dat dit vaak beperkt blijft tot routinevaken zoals pakketverzendingen of inkomende goederencontrole. Voor de meer complexe taken—zoals last-mile delivery, last-mile returnen en het beheren van supply chain-risico’s—blijft de menselijke factor essentieel.

Een voorbeeld van deze ambivalentie is de toepassing van autonome voertuigen in de last-mile logistiek. De Nederlandse postbedrijf PostNL heeft al een proefproject gelanceerd met autonome vrachtwagens voor het vervoer van pakketten over lange afstanden, maar voor het moment wordt dit nog gesynchroniseerd met menselijke bestuurders in de laatste kilometer. Dit laat zien dat automatisering niet alleen een technologische, maar ook een culturele verandering vereist: logistieke medewerkers moeten zich aanpassen aan nieuwe workflows, terwijl bedrijven zich zorgen maken over de impact op hun personeelsbeleid. Een studie van Deloitte uit 2023 wijst uit dat 68 procent van de logistieke organisaties in Nederland rekening moet houden met een mogelijke afname van 15 tot 20 procent van de functies die worden geautomatiseerd, vooral in de pakketverzending en inkomende logistiek.

kijk hier

Deze onzekerheid wordt verergerd door de complexe regelgeving rond automatisering in Nederland. De Europese Unie heeft strengere eisen gesteld aan veiligheid en privacy, wat betekent dat bedrijven zoals Amazon, DHL en de Nederlandse transportsector extra kosten maken om hun systemen te certificeren. Volgens het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet elke automatiseringsproject minimaal drie jaar voorbereid worden, met een budget dat vaak 20 tot 30 procent hoger ligt dan een traditionele implementatie. Dit vertraagt niet alleen de innovatiecyclus, maar zorgt ook voor een grotere afhankelijkheid van externe partners die betrouwbare technologie leveren. Een goed voorbeeld hiervan is het project van VDL Groep, dat samenwerkt met Duitse en Amerikaanse robotica-firmen om autonome bestelwagens te ontwikkelen, maar die nog niet in grote schaal ingezet worden vanwege de onzekere marktontwikkelingen.

Een ander kritisch punt is de impact op de arbeidsmarkt. De Nederlandse overheid heeft al aangekondigd dat ze investeert in retrainingprogramma’s voor logistieke medewerkers, maar veel bedrijven voelen zich niet genoeg ondersteund. Een onderzoek van het Sociaal en Economisch Planbureau (SEP) toont dat slechts 30 procent van de logistieke werkgevers rekening houdt met de kosten van herstructurering, terwijl de meeste medewerkers bang zijn voor ontslag als hun functies geautomatiseerd worden. Dit leidt tot een gebrek aan vertrouwen en motivering, wat de productiviteit kan verminderen. Een voorbeeld hiervan is het faillissement van een aantal lokale transportbedrijven in Noord-Holland, waar medewerkers hun baan verloren hebben na het automatiseren van het bestelproces.

De sector moet ook rekening houden met de gevaren van overautomatisering. Een rapport van de TNO uit 2022 wijst op een risico dat automatisering leiden kan tot een “verloren generatie” van logistieke professionals, die zich niet meer kunnen aanpassen aan de nieuwe eisen. Dit kan leiden tot een daling van de kwaliteit van de dienstverlening, vooral in gevallen waar menselijke inzet essentieel is, zoals het oplossen van last-minute wijzigingen in bestellingen of het beoordelen van risico’s bij transport. Bovendien blijkt dat automatisering niet altijd leidt tot de verwachte kostenbesparingen. Studies van het Kenniscentrum Logistiek Nederland tonen aan dat slechts 12 procent van de geautomatiseerde processen een ROI (Return on Investment) boven de 15 procent haalt, terwijl de meeste bedrijven slechts een besparing van 5 tot 10 procent zien.

Niet alle logistieke bedrijven zijn even voorbereid op deze verandering. Kleine en middelgrote ondernemingen (KMOs) in de sector voelen zich vaak overvleugeld door de complexe omgeving en de hoge investeringen die nodig zijn voor automatisering. Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek zijn er in 2023 nog maar 15 procent van de KMOs in de logistiek actief met automatiseringsprojecten, terwijl grote spelers als DHL, FedEx en PostNL al jaren investeren in digitale oplossingen. Dit creëert een ongelijke concurrentiepositie, waarbij kleine bedrijven moeilijker kunnen meekomen met de innovatie. Om dit te verhelpen, heeft het ministerie van Economie een subsidieprogramma gelanceerd dat KMOs helpt met de overgang naar automatisering, maar de vraag is of dit genoeg is om de sector te beschermen tegen een “digital divide”.

  • In 2023 is 40 procent van de logistieke processen in Nederland geautomatiseerd, maar dit betreft voornamelijk routinevaken.
  • De Europese veiligheids- en privacyregelgeving zorgt voor extra kosten van 20 tot 30 procent voor automatiseringsprojecten.
  • 68 procent van de logistieke organisaties verwacht een afname van 15 tot 20 procent van de functies door automatisering.
  • Slechts 12 procent van de geautomatiseerde processen haalt een ROI boven de 15 procent.
  • 30 procent van de logistieke werkgevers houdt geen rekening met de kosten van herstructurering.
  • In Noord-Holland zijn er in 2023 meer dan 200 ontslagen geweest als gevolg van automatisering van bestelprocessen.